Postoperatieve CRPS preventie ; een hypothese

Chronic-pain-science

Postoperatieve CRPS preventie een hypothese op basis van een Case Report

De Philips Thermograaf, zoals gebruikt in de jaren 1980-1989.

De camera woog ongeveer 40 kg en was ontwikkeld  voor defensiedoeleinden door BOFORS. De meetsensor werd gekoeld door vloeibare stikstof.

Hieronder een moderne thermograaf van FLIR:

Onderzoeksresultaten

CASE REPORT

Postoperatieve CRPS preventie : een hypothese


Abstract


Dit artikel bespreekt aan de hand van een case report een nog niet beschreven experimentele aanpak bij een ,door een interne nabloeding gecompliceerde ,Total Hip Prothese (THP).

Enerzijds betreft dit een experimentele medicatiewijziging van de pijnbestrijding, anderzijds een longitudinale studie met infrarood thermografie naar verandering van de autonome regelfunctie in het aangetaste been. Het gezonde been fungeerde als referentie.

Een aanvankelijk goed verlopende THP operatie werd gecompliceerd door een postoperatieve bloeding, waarbij naar schatting 1.5 liter bloed intern in het bovenbeengebied is weggestroomd.

Drie maal binnen tien dagen na de operatie werd een VAS-score bereikt, die het maximum van 10 te boven ging.  Eén daarvan is waarschijnlijk medicamenteus veroorzaakt. Bij de eerste maal  op de dag van ontslag werd een Hb controle uitgevoerd en een röntgencontrole  op de positie van de prothese.  De medicatie werd met  25 mg indomethazine verhoogd tot  paracetamol 4x daags 1000 mg en indomethazine 25 mg 4 x daags. Bij een recidief, een week later,  werd deze medicatie door de patiënt zelf acuut gestaakt en vervangen door 3x daags 400 mg Pentoxifylline (PTX) oraal. De VAS- score daalde hierna  van > 10 naar 1 binnen één dag en is daarna niet meer hoger geweest dan 4.

Tien dagen na de operatie kreeg de patiënt  de beschikking over een infrarood thermografieapparaat en vervolgens werden ’s morgens en ’s avonds volgens standaardprocedure beide bovenbenen ventraal en dorsaal gemeten gedurende 47 dagen. Vastgelegd werden de gemiddelde temperaturen van de meetgebieden en de daarin voorkomende maxima en minima.

Op de dag van medicatiewisseling werden  typische infrarood beelden gevonden, die de pijn en het verdwijnen ervan zou kunnen verklaren. Bij de vervolgmetingen  werd  een opmerkelijke overeenkomst gevonden tussen alle meetwaarden na rusttoestand en in mindere mate ’s avonds na dagactiviteit. Deze overeenkomst is niet toe te schrijven aan identieke beelden links en rechts. De beelden links en rechts waren niet identiek. Ook de maxima en minima verschilden per dag van plaats.

Geconcludeerd wordt, dat door of ondanks PTX  een  (verandering van) sensitisatie toestand kan zijn ontstaan in een segmentaal gedeelte van het spinale merg, waarbij linker en rechter zijde elkaar gespiegeld hebben gesynchroniseerd en waarbij een invloed van hogere centra aanwezig kan zijn geweest.  Een dergelijk proces van synchronisatie zou een rol kunnen spelen in de mogelijkheid van het “overslaan” van een actief CRPS proces naar de hetero-laterale zijde, al worden hiervoor in de bestaande literatuur geen aanknopingspunten gevonden.




PHE van der Veen



Full text PDF: Klik Hier



06-03-2016


Privacy Policy            Terms of use

nederlands                English                       


Copyright © All Rights Reserved    Chronic-pain-science foundation.