Hypothesen I

Chronic-pain-science

Hypothese

De originele metingen van Manku en Horrobin in 1977

Manku en Horrobin waren in 1977 farmacologen in Nova Scotia, die onderzoek deden naar de eigenschappen van een toen vrij recent ontdekte groep nieuwe stoffen in het lichaam. Zij beschreven als eersten unieke eigenschappen, die deze stoffen ideaal maken als schakelstoffen. Prostaglandines hebben onder andere functies bij doorbloeding, pijn en hormonale besturing.

Een theoretisch model van biochemische meet en regeltechniek gebaseerd op de relatie tussen oestrogenen/progestagenen enerzijds en prostaglandines anderzijds.


Abstract

Een biologisch complex organisme wordt op allerlei fronten automatisch bestuurd door meet-en regeltechnische systemen. De mens is zo’n complex organisme.

Er vinden veel cyclische processen plaats, waarbij niet duidelijk is, waardoor en waarom welke gebeurtenissen op welk moment  waar plaats vinden. Opvallende voorbeelden zijn de 28 daagse menstruele cyclus en de 40 weekse zwangerschap.  Bij de menstruele cyclus is het schakelmoment in het midden tamelijk duidelijk. Er zijn ook hormoonveranderingen in die periode. Waarom die hormoonveranderingen optreden en welke relatie zij hebben met de schakeling van processen is niet duidelijk. Dat is ook het geval met zwangerschappen. Wat bepaalt de gemiddelde duur van 40 zwangerschapsweken ? Wat verandert er bij een niet goed verlopende zwangerschap en waardoor?. Er zijn relaties gevonden met prostaglandineconcentraties, maar hoe vindt de schakeling plaats en hoe is dat te onderzoeken?


In dit artikel wordt de door Horrobin en Manku in 1977 reeds beschreven eigenschap van de prostaglandine E1 en 6-keto pgF1α : effectomkering bij stijgende concentratie in een praktijkvoorbeeld geïllustreerd. De beschreven eigenschap is bij uitstek geschikt voor schakelmomenten in een biochemisch geregeld meet- en regelsysteem.

Met deze eigenschap kan het optreden van cyclische gebeurtenissen beter worden begrepen. De elektronisch bekende “zaagtandcurve” heeft hiermee een biochemisch analogon.

Beschreven wordt de veronderstelde relatie tussen hormonen en de begeleidende prostaglandines en de hormooneffecten op basis van hun bekende concentratiebeloop.

De praktische gevolgen van de experimenteel gevonden sensitiviteit van biochemische effectoren ten aanzien van de begeleidende prostaglandines worden belicht.

Getoond wordt, hoe de theoretische samenhang tussen effecten van oestrogenen en progestagenen resulteert in een curve, die opmerkelijke aspecten bezit van de Basale Temperatuur Curve.

De modulerende en schakelende prostaglandines spelen ook een rol bij lokale veranderingen in doorbloeding. Via viscero-cutane reflexbanen zijn die veranderingen zichtbaar op specifieke plaatsen op de (buik)huid.

Veranderingen in doorbloeding  van specifieke huidgebieden kunnen een representant zijn van pijn. Pijn, die ook bij schakelprocessen regelmatig voorkomt.

Met non contactiele infrarood thermografie op de huidoppervlakte kunnen die veranderingen worden waargenomen en gemeten en schakel- en pijnmomenten worden bepaald.



Het artikel is geaccepteerd voor publicatie in Elsevier: Medical Hypotheses onder:


DOI: http://dx.doi.org/10.1016/j.mehy.2015.02.021

Publication stage: Final version published online: 29-APR-2015 Full bibliographic details: Medical Hypotheses 84 (2015), pp. 557-569 DOI information: 10.1016/j.mehy.2015.02.021


Auteursrechten berusten bij Elsevier. Daar kan het volledige artikel worden verkregen. 


PHE van der Veen


08-03-2015


Toelichting:

Een artikel over meet- en regeltechniek en een relatie tussen prostaglandines en hormonen lijkt niet direct verband te hebben met chronische pijn.

Volgens de auteur van dit artikel is dat verband er wel degelijk. Het kan geen toeval zijn, dat er sinds 1954 nauwelijks vooruitgang is geboekt bij onderzoek naar chronische pijn. Door trial and error worden technische verbeteringen gevonden, maar over de oorzakelijkheid is nog heel veel niet bekend.

Het kan ook geen toeval zijn, dat er sinds 1910 allerlei publicaties zijn in het alternatieve/complementaire veld over systeemveranderingen bij chronische aandoeningen, waaronder pijn. Systeemveranderingen, die bij behandeling met diverse complementaire methodes opmerkelijke verbeteringen laten zien.

Methodes, die niet of nauwelijks bespreekbaar zijn in de reguliere medische geneeskunde.


Dat kan te maken hebben met de moeilijke zichtbaarheid en meetbaarheid van de verschijnselen, die zich hierbij voordoen. Verschijnselen, die voor een belangrijk deel "functioneel" zijn. Dat houdt in, dat er storingen zijn in het normaal functioneren van orgaanweefsel, zonder dat er al anatomische afwijkingen zichtbaar zijn.

In de techniek is meet-en regeltechniek een hoofdvak. In de medische opleiding komt het vak vreemd genoeg niet voor. Dat is heel vreemd voor een organisme dat op ontelbare plaatsen en manieren automatisch wordt geregeld tot een stabiel functionerend geheel.

De hypothese behandelt een stukje van de wijze waarop het lichaam processen automatisch zou kunnen besturen en afregelen. Omdat meet-en regeltechniek een lastig en ingewikkeld vak is en dat ongetwijfeld voor het menselijk organisme niet anders is, wordt het theoretische deel ingebed in een praktisch voorbeeld, waarvan iedereen weet, dat het een regelsysteem betreft : de menstruele cyclus.

Dat is weliswaar ook een heel complex proces, maar in de loop der tijd is heel veel bekend geworden over hormoonconcentraties, gebeurtenissen op verschillende tijdstippen en stoffen, die prostaglandines genoemd worden. Stoffen, die in deze hypothesen als schakelstoffen worden beschouwd: de schakelaars binnen het organisme.

Het artikel poogt te laten zien, hoe de werking van deze groep stoffen allerlei processen kan besturen en onderling kan afregelen. Dezelfde werking kan een hoofdrol spelen in het ontstaan van chronische pijn en wellicht van de ernstigste vorm daarvan: de CRPS.


16-07-2015

Het artikel over CRPS is gepubliceerd. (Klik Hier)



 

Privacy Policy            Terms of use

nederlands                English                       


Inleiding tot deze site over chronische pijn.


Op deze site worden een aantal hoofdstukken geplaatst over onderzoeken en hypotheses, ontwikkeld in de periode 1981 tot 1986. Door diverse omstandigheden zijn deze onderzoeken deels nog niet gepubliceerd.


Het zijn de prive-opvattingen van de auteur van deze site, deels getoetst middels onderzoek en deels weergegeven als theoretische hypothesen.

De verschillen tussen de artikelen zijn duidelijk aangegeven.


De volgorde van publiceren heeft geen relatie met de onderzoeksvolgorde of de onderzoeksopzet. Het eerst worden hier die artikelen weergegeven, waarvan verwacht wordt, dat publicatie via het internet beter de doelgroep zal bereiken, dan via de traditionele fysieke media.


Hoe hebben de achterliggende ideeën zich ontwikkeld in de periode 1975 tot 1981, het begin van de feitelijke onderzoeken?


Het begon met het leerboek van Hansen en Schliack. Daarin werd verwezen naar een onderzoek van Baumann en Uckert (1954). Gevonden was, dat plaatsen met chronische pijn lager waren in huidtemperatuur dan de omgeving. Objectief en meetbaar. Het spoor leidde via orthosympatische prikkeling en sensitisatie van het ruggenmerg naar de toen genoemde "Südeckse Dystrofie", ook wel "Sympatische reflexdystrofie" genoemd.

Bestond er verband ?

In alle vier gevallen: pijn, huidtemperatuur, sensitisatie en sympatische reflexen konden en kunnen prostaglandines een rol spelen.

Prostaglandines werden in 1977 door Horrobin en Manku beschreven als stoffen die een cruciale rol kunnen spelen in meet-en regeltechnische situatie in het lichaam.

Die situaties kunnen zich voordoen bij het ontstaan van Dystrofie (tegenwoordig CRPS genoemd).

Prostaglandines zijn in eerste instantie ontdekt in vocht van de prostaatklier en spelen een belangrijke rol bij de functie van geslachts-organen. Samen met de klinische les van de gynaecoloog professor Kloosterman (1966) over "Buikwandpijn" was dat de reden om in overleg met hem een aantal onderzoeken te plannen, die zich dus niet toevallig uitstrekken over het gynaecologische domein. Twee onderzoeken zijn pas recent gepubliceerd in 2013, twee in 2014, twee in 2015


Veen PHE van der, Martens EP. Viscerocutaneous reflexes with abdominal wall pain: A study conducted in 1981 on pregnant women from a general practice. Thermography international. 2013;23(2): 56-63


Available at:

http://www.uhlen.at/thermology-international/index.php



Veen PHE van der. Viscero-cutaneous reflexes in relation to abdominal and pelvic  pain. A study from 1982 in females with IUD insertions. Thermography international. 2013;23(3): 87-92


Available at:

http:// www.uhlen.at/thermology-international/index.php



Veen PHE van der. Infrared thermography for pain influenced by a Xanthine derivative: An attempt to assess chronic pain objectively.

Thermology international Vol 24 (2014), No. 2: 39-48


Available at:

http://www.uhlen.at/thermology-international/index.php


Abdominal Wall Pain:

Veen PHE van der. Effects of Placebo Measured by Infrared Thermography.

Thermology international 2014, 24(4) 157-165


Available at:


http://www.uhlen.at/thermology-international/index.php


Uitgaande van het begrip "Buikwandpijn" strekte het onderzoeksveld zich uit tot andere plaatsen van chronische pijn, de veronderstelde meet- en diagnostiekmogelijkheden, (regel) processen ter plaatse en de mogelijke relatie met het ontstaan van Dystrofie (CRPS) .


Veen PHE van der. A theoretical model of biochemical control engineering based on the relation between oestrogens/progestagens and prostaglandins. Medical Hypotheses 84 (2015), pp. 557-569. DOI information: 10.1016/j.mehy.2015.02.021


Veen PHE van der. CRPS A contingent hypothesis with prostaglandins as crucial conversion factor.

Medical Hypotheses. 85 (2015) 568-575. DOI information: http://dx.doi.org/10.1016/j.mehy.2015.07.017.

Copyright © All Rights Reserved    Chronic-pain-science foundation.